Vel, deel 1

Beste lezers. 

Na mijn laatste boekbespreking heb ik u beloofd dat ik u lastig zou vallen met een geheel ander onderwerp, hoe zit ik in mijn vel? Deze kreet wordt vrij gebruikt in het sociale verkeer en ik verzeker u dat ik niemand ken die zijn vel zomaar voelt, dus zal iemand weten hoe ie er in zit.

Als mij de vraag gesteld wordt “hoe gaat het met je” sta ik altijd met de mond vol tanden. Het kan nooit allemaal goed gaan en naar welk gebied wordt gevraagd, welke van mijn gebieden kent de vrager eigenlijk? Afhankelijk van mijn creativiteit van het moment mompel ik wat of ik kies een voor de vrager verrassende wending. Op een congres met vakgenoten heb ik op ‘de vraag‘ een enorme verhandeling gegeven over mijn persoonlijke leven, muzikale tegenvallers, worstelingen in de opvoeding van de kinderen en al mijn doe het zelf acties van de laatste tien jaren. Mijn collega keek wat verrast en heeft beleefd als hij is geluisterd tot hij een gelegenheid kreeg om te ontsnappen. 

Maar. Mijn klanten krijgen ook deze vraag. En wel van mij, Wat wil ik dan horen? 

Laten we op pad gaan en eens naar het meest concrete deel van ons kijken, het skelet.
Beginnend bij het hoofd zien we dat het hoofd een omhullend gebaar maakt om onze hoofdinhoud heen. Er hangt ook nog iets aan, het aangezicht.

Ons hoofd rust op onze wervelkolom, we dalen in zeven halstreden naar beneden en komen aan bij de borstkas. Ook de borstkas maakt een omhullend gebaar, van boven naar beneden afnemend in dichtheid , de bovenste ribben zitten vast zowel achter (aan de wervels) als voor (aan het borstbeen). Deze ribben noemen we de ‘ware’ ribben, meestal zeven paren. Vervolgens zien we vijf paren ‘valse’ ribben, de verbinding achter is hetzelfde, de verbinding voor wordt losser (kraakbenig in plaats van benig). Als laatste kennen we meestal twee paren ‘zwevende’ ribben. De laatste zijn wel verbonden met de achterkant, maar niet met de voorkant. 

De borstwervelkolom telt twaalf wervels, elke wervel heeft twee ribben. Behalve het van boven naar beneden afnemen van de benige omhulling is er nog een opvallend aspect aan het borstgedeelte, de ritmische beweging. Het ritme is in de wervelkolom ook al in de nek aanwezig, maar de ribben er bij maken dit ritme veel sterker.

De lendenwervelkolom bestaat uit vijf wervels, de onderste lendenwervel rust op het heiligbeen. Het bot in de lendenwervelkolom is de as, de weke delen bevinden zich daar omheen. 

Het heiligbeen vormt samen met darmbeen, zitbeen en schaambeen het bekken, daaronder hangt onze staart, zowel in geklede als ontblote toestand is deze niet te zien. 

U houdt uw handen voor u, op hoofdhoogte, de handpalmen omhoog en de vingers licht gespreid. De polsen rusten tegen elkaar, de duimmuizen, de duimen en de denkbeeldige lijn tussen de duimtoppen vormen een vijfhoek, met de basis boven en de punt naar beneden. Wat u nu voor u ziet is het gebaar van het bekken, het draagt, het draagt uw wervelkolom, eens heeft het bekken van uw moeder u gedragen.
Als het uit de beschrijving niet lukt kunt u een bal (ter grootte van een handbal of een volleybal) nemen en deze in uw handen laten rusten, de polsen blijven tegen elkaar. 

Aan de twee gordels die we hebben, schoudergordel en bekkengordel, hangen onze armen en benen. Voor beide ‘extremiteiten’ geldt dat het bot binnen is , de weke delen er om heen.
Een opmerkelijk fenomeen is dat we één bot hebben in de bovenarm, twee in de onderarm, drie in de eerste rij handwortelbeentjes, vier in de tweede rij en vijf in de middenhandsbeentjes. We stralen met de arm vanuit ons zelf de omgeving in. Voor het been geldt dat bijna ook, maar ook weer helemaal niet. Een ander opvallend bouwverschil is er tussen heup en schouder. De heup kop is stevig omvat door de kom die zich in het bekken bevindt, biedt stevigheid. Het opperarmbeen hangt losjes in een wat rommelig komgeheel waardoor veel beweging mogelijk is. 

Botten kunnen we niet zomaar voelen, we moeten ze bekloppen, stoten of er een trillende stemvork op zetten. Bij ziekte (bijvoorbeeld beenmergontsteking, holteproblemen en breuken) voelt u wel, pijn. 

Voor het vervolg is belangrijk de relatie tussen vulling en omhulling, de volgende bijdrage zal gaan over de processen. Het is een lange weg naar het vel, maar we komen er wel. 

Huiswerk

Wat is de betekenis van de getalsverhoudingen in de wervelkolom, 7 halswervels, 12 borstwervels en 5 lendenwervels? 

Waarneemoefening:1. Hoe is het gesteld met symmetrie, dus waar is het links en rechts hetzelfde, waar gaat het van gepaard aanwezig naar ongepaard ? 

Waarneemoefening: 2. Als u naar de bouw van het hoofd kijkt is er dan 1 doorgevoerd bouwprincipe ? 

Voor mensen die dieper willen in gaan op het skelet is er een mooi boek: L.F.C. Mees: Geheimen van het skelet Dit boek is in de bibliotheek van ‘t Waag. 

Later meer, groet Wim Witteveen